Nieuws

Aanpassing activiteitenregeling per 1 oktober 2017

Per 1 oktober 2017 is de activiteitenregeling aangepast. Hieronder zijn de wijzigingen aangegeven die betrekking hebben op de inspectienormen AS 6700, AS 6800 en de AS 6900. De geel gearceerde teksten zijn wijzigingen die worden doorgevoerd


§ 3.4.2. Opslaan in ondergrondse opslagtanks van vloeibare brandstof, afgewerkte olie, bepaalde organische oplosmiddelen of vloeibare bodembedreigende stoffen die geen gevaarlijke stoffen of CMR stoffen zijn


Artikel 3.35

1   Een ondergrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages van staal of van kunststof waarin vloeibare brandstof of een organisch oplosmiddel als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, onderdelen c tot en met i, van het besluit dan wel de stof, bedoeld in artikel 3.29, tweede lid, van het besluit is opgeslagen, wordt beoordeeld en gecontroleerd overeenkomstig het daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument, door een persoon of instelling, die daartoe beschikt over een erkenning op grond van dat besluit.

2   Voor een ondergrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages gelden de keurings- en herkeuringstermijnen van tabel 3.35.

Tabel 3.35

(Her)keuringstermijnen voor een ondergrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voor vloeistoffen van PGS-klasse 1 tot en met PGS-klasse 4

Staal enkelwandig

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Zonder coating of niet volledig gecoat

15 jaar

15 jaar

Volledig gecoat niet overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

15 jaar

20 jaar

Volledig gecoat overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Staal dubbelwandig met lekdetectie overeenkomstig BRL K910

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Ongeacht coating

20 jaar

20 jaar

Kunststof enkelwandig of dubbelwandig

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Kunststof tank Enkelwandige / dubbelwandige (GVK)

15 jaar

15 jaar

3   Bij de ondergrondse opslagtank, bedoeld in het eerste lid, vindt jaarlijks een controle plaats van:

  1. de lekdetectie van een dubbelwandige opslagtank en de dubbelwandige leidingen, en
  2. de aarding en de potentiaalvereffening van de vul- en dampretourleiding indien in de ondergrondse opslagtank vloeistoffen van PGS-klasse 1 en 2 zijn opgeslagen.

4   Een ondergrondse opslagtank wordt bij herkeuring inwendig gereinigd en beoordeeld door middel van betreding van de tank. Inwendige inspectie met behulp van een camera is toegestaan bij een volledig inwendig gecoate tank, indien deze inspectie wordt uitgevoerd overeenkomstig het daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument. Indien bij herkeuring een ondergrondse opslagtank niet kan worden betreden of, indien toegestaan, middels een camera-inspectie inwendig geïnspecteerd kan worden, wordt de opslagtank afgekeurd. Het gebruik van de opslagtank is in geval van afkeuring toegestaan tot de uiterste herkeuringsdatum.

5   In afwijking van het tweede lid wordt een ondergrondse opslagtank eenmaal per tien jaar herkeurd indien de ondergrondse opslagtank is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

6   In afwijking van het tweede lid wordt een ondergrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen waarin afgewerkte olie is opgeslagen ten minste eenmaal per vijf jaar beoordeeld en gekeurd. De tank wordt daarbij ook inwendig beoordeeld.

7   Een ondergrondse opslagtank waarvan het vermoeden bestaat dat deze lek is of in een slechte toestand verkeert, wordt terstond op dichtheid gecontroleerd.

8   Een ondergrondse opslagtank waarin afgewerkte olie wordt opgeslagen, wordt ten minste eenmaal per jaar geleegd.

9   Indien een beoordeling, controle, keuring of herkeuring als bedoeld in het eerste tot en met het zevende lid of als bedoeld in artikel 3.36, zesde lid, leidt tot afkeuring van de ondergrondse opslagtank, wordt dit terstond gemeld aan het bevoegd gezag. Na de afkeuring wordt binnen acht weken het opslaan van vloeistoffen in de ondergrondse opslagtank beëindigd en wordt de vloeistof die zich in de opslagtank bevindt, verwijderd.

10   In afwijking van het vierde en zesde lid en artikel 3.36, zesde lid, is een inwendige beoordeling of inwendige inspectie bij de keuring van een ondergrondse opslagtank en van de leidingen niet noodzakelijk indien deze opslagtank of deze leidingen dubbelwandig zijn uitgevoerd met een lekdetectiesysteem in de wand.

11   Een elektronisch lekdetectiesysteem voldoet aan de voorschriften 2.2.5 tot en met 2.2.7 van PGS 28

Artikel 3.36

1   Een kathodische bescherming wordt ten minste eens per jaar op zijn goede werking gecontroleerd overeenkomstig het daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument door een instelling, die daartoe beschikt over een erkenning op grond van dat besluit.

2   Plaatsen waar de uitwendige bekleding van de installatie is beschadigd en die niet kunnen worden gerepareerd, worden kathodisch beschermd indien de isolatieweerstand van de uitwendige bekleding groter is dan 25 kOhm per vierkante meter, bepaald volgens een daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument, door een instelling, die daartoe beschikt over een erkenning op grond van dat besluit.

3   Indien uit de controle, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de kathodische bescherming niet goed functioneert, wordt deze direct hersteld overeenkomstig het daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument door een bedrijf, dat daartoe beschikt over een erkenning op grond van dat besluit.

4   Indien een ondergrondse opslagtank van staal of de daarbij behorende stalen leidingen of appendages niet zijn voorzien van een kathodische bescherming, wordt ten minste eens per jaar een stroomopdrukproef uitgevoerd overeenkomstig het daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument door een instelling, die voor deze werkzaamheid beschikt over een erkenning op grond van dat besluit, tenzij beschadiging van de tankinstallatie door zwerfstromen niet te verwachten is.

5   Bij een ondergrondse opslagtank van staal waarin vloeibare brandstof wordt opgeslagen, vindt jaarlijks een controle plaats op de aanwezigheid van water en bezinksel overeenkomstig het daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument door een instelling, die voor deze werkzaamheid beschikt over een erkenning op grond van dat besluit.

6   Indien tijdens de controle, bedoeld in het vijfde lid, water of bezinksel is aangetroffen, wordt dit terstond verwijderd. Van het verwijderde water worden de elektrische geleidbaarheid en de zuurgraad beoordeeld. Wanneer bij de derde opeenvolgende meting blijkt dat de zuurgraad en de elektrische geleidbaarheid van het in het bezinksel aangetroffen water buiten de normeisen vallen, wordt een inwendige inspectie van de ondergrondse opslagtank uitgevoerd. Indien een inwendige inspectie noodzakelijk is, wordt dit terstond gemeld aan het bevoegd gezag.

7   In afwijking van het vijfde lid vindt de controle, bedoeld in dat lid, eenmaal per drie jaar plaats indien de opslagtank aantoonbaar is voorzien van een inwendige coating overeenkomstig BRL K779 en die coating is aangebracht door een bedrijf dat daartoe is gecertificeerd op basis van BRL K790.

§ 3.4.9. Opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse opslagtank

Artikel 3.71d

1   Een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voor het opslaan van gasolie is uitgevoerd en geïnstalleerd en wordt gerepareerd of vervangen overeenkomstig BRL K903 door een persoon of instelling die is gecertificeerd overeenkomstig die BRL. De opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages wordt beoordeeld, gecontroleerd of gekeurd overeenkomstig AS 6800 door een persoon of instelling die is gecertificeerd overeenkomstig dat document.

2   Het opslaan van gasolie in een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 30:

  1. de paragrafen 2.2 en 2.3;
  2. de voorschriften 2.4.3, 2.6.1, 2.6.3 tot en met 2.6.6 en 2.6.14, en
  3. paragraaf 4.2, met uitzondering van de voorschriften 4.2.3, 4.2.9, 4.2.12, 4.2.13, eerste volzin, 4.2.14 en tabel 4.1.

3   Een opslagtank als bedoeld in het eerste lid bevindt zich niet op een verdieping.

4   Het gebruik van een opslagtank waarin het opslaan, vullen en afleveren van gasolie plaatsvindt in een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages, voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 30:

  1. voorschrift 3.2.4;
  2. de paragrafen 3.3, 3.5, 3.6, 5.2, 5.4, en
  3. de voorschriften 5.5.1, 5.5.2, 5.6.1, 5.6.3 en 5.6.4.

5   Een stationaire bovengrondse opslagtank voor het inpandig opslaan van gasolie in een werkruimte, in een ruimte met een noodstroomaggregaat of onder een woning heeft een inhoud van ten hoogste 3 kubieke meter.

6   Voor een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages gelden de keurings- en herkeuringstermijnen van tabel 3.71d.

Tabel 3.71d

(Her)keuringstermijnen voor een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voor vloeistoffen van PGS-klasse 2 tot en met PGS-klasse 4

Staal enkelwandig in gecertificeerde opvangbak

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Zonder coating of niet volledig gecoat

15 jaar

15 jaar

Volledig gecoat niet overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

15 jaar

20 jaar

Volledig gecoat overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Staal dubbelwandig met lekdetectie potsysteem

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Zonder coating of niet volledig gecoat

15 jaar

15 jaar

Volledig gecoat niet overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

15 jaar

20 jaar

Volledig gecoat overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Staal dubbelwandig met lekdetectie overeenkomstig BRL K910

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Zonder coating of niet volledig gecoat

15 jaar

20 jaar

Volledig gecoat niet overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Volledig gecoat overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Kunststof enkelwandig in gecertificeerde opvangbak

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

15 jaar

15 jaar

Kunststof dubbelwandig met lekdetectie overeenkomstig BRL K910

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

20 jaar

20 jaar

7   Een dubbelwandige stationaire bovengrondse opslagtank van staal of kunststof met de daarbij behorende appendages en dubbelwandige leidingen wordt jaarlijks op de goede werking gecontroleerd.

8   Bij de bovengrondse opslagtank, bedoeld in het eerste lid, vindt een jaarlijkse controle plaats:

  1. van de kathodische bescherming van ondergrondse leidingen;
  2. van de dubbelwandige leidingen. In afwijking van het eerste lid vindt deze controle plaats overeenkomstig BRL K903, door een bedrijf dat gecertificeerd is op grond van die BRL;
  3. van de aarding en de potentiaalvereffening van de vul- en dampretourleiding indien in de bovengrondse opslagtank vloeistoffen van PGS-klasse 1 en 2 zijn opgeslagen;
  4. op de aanwezigheid van water in een stalen bovengrondse opslagtank. In afwijking van het eerste lid kan de controle worden uitgevoerd door een daartoe getraind persoon, met een waterzoekpasta die wordt aangebracht op de peilstok.

9   Een bovengrondse opslagtank wordt bij herkeuring inwendig gereinigd en beoordeeld door middel van betreding van de tank. Inwendige inspectie met behulp van een camera is toegestaan bij een volledig inwendig gecoate tank, indien deze inspectie wordt uitgevoerd overeenkomstig AS 6800. Indien bij herkeuring een bovengrondse opslagtank niet kan worden betreden of, indien toegestaan, middels een camera-inspectie inwendig geïnspecteerd kan worden, wordt de opslagtank afgekeurd. Het gebruik van de opslagtank is in geval van afkeuring toegestaan tot de uiterste herkeuringsdatum.

10   Het bevoegd gezag kan ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, bij maatwerkvoorschrift het derde lid niet van toepassing verklaren en toestaan dat een opslagtank zich op een verdieping bevindt.

11   Bij een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het tiende lid kunnen eisen worden gesteld om de toegankelijkheid van de opslagtank voor de brandbestrijding te borgen.

12   In afwijking van het achtste lid vindt de controle, bedoeld in onderdeel d van dat lid, eenmaal per drie jaar plaats indien de opslagtank aantoonbaar is voorzien van een inwendige coating overeenkomstig BRL K779 en die coating is aangebracht door een bedrijf dat daartoe is gecertificeerd op basis van BRL K790.

13   Indien tijdens de controle, bedoeld in het achtste lid, onderdeel d, water is aangetroffen, wordt dit terstond verwijderd. Van het verwijderde water worden de elektrische geleidbaarheid en de zuurgraad beoordeeld. Wanneer bij de derde opeenvolgende meting blijkt dat de zuurgraad en de elektrische geleidbaarheid van het aangetroffen water buiten de normeisen vallen, wordt een inwendige inspectie van de bovengrondse opslagtank uitgevoerd. Indien een inwendige inspectie noodzakelijk is, wordt dit terstond gemeld aan het bevoegd gezag.

14   In afwijking van het negende en dertiende lid is een inwendige beoordeling of inwendige inspectie bij de keuring van een bovengrondse opslagtank niet noodzakelijk indien deze opslagtank dubbelwandig is uitgevoerd met een lekdetectiesysteem in de wand.

15   Indien een bovengrondse opslagtank voor gasolie is geïnstalleerd voor het tijdstip van het van toepassing worden van paragraaf 3.4.9 op de inrichting is het derde lid niet van toepassing tot het moment waarop de eerstvolgende keuring behoort plaats te vinden.

16   Het bevoegd gezag kan aan een opslagtank als bedoeld in het vijftiende lid bij maatwerkvoorschrift eisen stellen om de toegankelijkheid van de opslagtank voor de brandbestrijding te borgen.

 
Artikel 4.15

1    Een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voor het opslaan van halfzware olie, polyesterhars of stoffen van de klasse 8 van het ADR, verpakkingsgroepen II en III zonder bijkomend gevaar, is uitgevoerd en geïnstalleerd en wordt gerepareerd of vervangen overeenkomstig BRL K903, door een bedrijf dat op grond van die BRL daartoe is gecertificeerd. De opslagtank, bedoeld in de eerste volzin wordt gekeurd overeenkomstig AS 6800, door een persoon of instelling die is gecertificeerd overeenkomstig dat document.

2   Het opslaan van halfzware olie, polyesterhars of stoffen van de klasse 8 van het ADR, verpakkingsgroepen II en III zonder bijkomend gevaar in een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 30:

  1. de paragrafen 2.2 en 2.3;
  2. de voorschriften 2.4.3, 2.6.1, 2.6.3 tot en met 2.6.6 en 2.6.14, en
  3. paragraaf 4.2, met uitzondering van voorschrift 4.2.3 en tabel 4.1.

3   Een opslagtank als bedoeld in het eerste lid voor het opslaan van halfzware olie of polyesterhars bevindt zich niet op een verdieping.

4   Het gebruik van de installaties waarin het opslaan, vullen en afleveren van halfzware olie, polyesterhars of stoffen van de klasse 8 van het ADR, verpakkingsgroepen II en III zonder bijkomend gevaar plaatsvindt in een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages, voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 30:

  1. voorschrift 3.2.4;
  2. de paragrafen 3.3, 3.5, 3.6, 5.2 en 5.4, en
  3. de voorschriften 5.5.1, 5.5.2, 5.6.1, 5.6.3 en 5.6.4.

5   Voor een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages gelden de keurings- en herkeuringstermijnen van tabel 4.15.

Tabel 4.15

(Her)keuringstermijnen voor stationaire bovengrondse opslagtanks met de daarbij behorende leidingen en appendages voor halfzware olie, polyesterhars of stoffen van de klasse 8 van het ADR, verpakkingsgroepen II en III

Staal enkelwandig in gecertificeerde opvangbak

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Zonder coating of niet volledig gecoat

15 jaar

15 jaar

Volledig gecoat niet overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

15 jaar

20 jaar

Volledig gecoat overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Staal dubbelwandig met lekdetectiepotsysteem

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Zonder coating of niet volledig gecoat

15 jaar

15 jaar

Volledig gecoat niet overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

15 jaar

20 jaar

Volledig gecoat overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Staal dubbelwandig met lekdetectie overeenkomstig BRL K910

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Jaarlijkse controle van het lekdetectiesysteem

Jaarlijkse controle van het lekdetectiesysteem

Zonder coating of niet volledig gecoat

15 jaar

20 jaar

Volledig gecoat niet overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Volledig gecoat overeenkomstig BRL K790 of BRL K779

20 jaar

20 jaar

Kunststof enkelwandig in gecertificeerde opvangbak

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

15 jaar

15 jaar

Kunststof dubbelwandig met lekdetectie overeenkomstig BRL K910

Eerste (her)keuring

Volgende herkeuring

Jaarlijkse controle van het lekdetectiesysteem

Jaarlijkse controle van het lekdetectiesysteem

20 jaar

20 jaar

6   Het bevoegd gezag kan ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, bij maatwerkvoorschrift het derde lid niet van toepassing verklaren en toestaan dat een opslagtank zich op een verdieping bevindt.

7   Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in het zesde lid kunnen eisen worden gesteld om de toegankelijkheid van de opslagtank voor de brandbestrijding te borgen.

8   Het inpandig opslaan van halfzware olie als bedoeld in artikel 4.4a, eerste lid, onderdeel c, van het besluit is slechts toegestaan indien de volgende maatregelen zijn getroffen:

  1. de tankinstallatie is geaard en voorzien van potentiaalvereffening;
  2. de ontluchting is naar buiten op ten minste 5 meter hoogte en niet nabij openingen;
  3. een goede ventilatie van de opslagruimte volgens NPR 7910-1 is in werking;
  4. een waarschuwing of alarm treedt in werking indien de temperatuur in de opslagruimte boven het vlampunt van de vloeistof kan komen;
  5. een vlamdover met CE-markering is volgens NEN-EN-ISO 16852 en de ATEX-richtlijnen 137 en 95 geïnstalleerd;
  6. het vulpunt is buiten, en
  7. de opslagtank is voorzien van elektronische peilvoorziening of een handmatige peilvoorziening met een zelfsluitende peildop.

9   Uitpandige opslag van halfzware olie als bedoeld in artikel 4.4a, eerste lid, onderdeel c, van het besluit is slechts toegestaan indien de volgende maatregelen zijn getroffen:

  1. de opslagtank is van kunststof of staal;
  2. de opslagtank is geplaatst in een niet-brandbare lekbak van staal of beton. Indien een stalen tank dubbelwandig is uitgevoerd is geen lekbak nodig;
  3. de tankinstallatie is geaard en voorzien van potentiaalvereffening;
  4. de ontluchting is op ten minste 5 meter boven maaiveld;
  5. een vlamdover met CE-markering is volgens NEN-EN-ISO 16852 en de ATEX-richtlijn geïnstalleerd;
  6. de vul-, zuig- en persleidingen zijn beveiligd tegen aanrijding;
  7. de opslagtank is voorzien van elektronische peilvoorziening of een handmatige peilvoorziening met een zelfsluitende peildop, en
  8. de tank is voorzien van lichte bekleding of van een verfsysteem.

10   Indien een bovengrondse opslagtank voor halfzware olie of polyesterhars is geïnstalleerd voor het tijdstip van het van toepassing worden van paragraaf 4.1.3op de inrichting is het derde lid niet van toepassing tot het moment waarop de eerstvolgende keuring behoort plaats te vinden.

11   Het bevoegd gezag kan aan een opslagtank als bedoeld in het tiende lid bij maatwerkvoorschrift eisen stellen om de toegankelijkheid van de opslagtank voor de brandbestrijding te borgen.