Inspectie vloeistofdicht van CUR/PBV-Aanbeveling 44 naar AS 6700

Naar alle waarschijnlijkheid wordt 1 juli a.s. de AS 6700 definitief en kan dan door inspectiebedrijven worden toegepast in de praktijk.
In de AS 6700 (protocol 6701) is een afbeelding van de te inspecteren 'vloeistofdicht' onderdelen opgenomen. De komende nieuwsbrieven zullen wij u informeren over deze inspectieonderdelen.
Hierbij zullen de eisen worden omschreven en voorbeelden worden gegeven.

Bevestigingspunten
In de AS 6701 wordt voor bevestigingspunten het volgende voorgeschreven:

Bij bevestigingspunten, die op of in de voorziening zijn aangebracht, stelt de Deskundig Inspecteur visueel vast of deze vloeistofdicht zijn verbonden aan de voorziening.
Ook stelt hij vast of de bevestigingspunten dusdanig zijn aangebracht dat deze de constructie niet zodanig hebben beschadigd dat deze niet meer vloeistofdicht is.
 
Bevestigingspunten moeten hiertoe ten minste zijn:
• afgedicht met een voegvullingsmassa of,
• afgedicht met een vloeistofdichte pakking of,
• aantoonbaar uitgevoerd als een zogenaamde 'chemische verankering'; tenzij de Deskundig Inspecteur zich er van overtuigt dat het boorgat voor het bevestigingspunt tot een diepte van maximaal ⅓ van de dikte van de voorziening is aangebracht.
 
Het overtuigen kan door steekproefsgewijs bij enkele boorgaten de diepte te bepalen. De steekproef mag als representatief voor de voorziening worden beschouwd wanneer bij de beoordeling van vijf opeenvolgende boorgaten, die zich op kritische plaatsen bevinden, is geconstateerd dat het boorgat tot een diepte van maximaal ⅓ van de dikte van de voorziening is aangebracht. Wanneer één of meer boorgaten dieper is aangebracht dan ⅓ van de dikte van de voorziening dan moet de Deskundig Inspecteur ervan uitgaan dat de bevestigingspunten niet vloeistofdicht zijn aangebracht en als gebrek worden aangemerkt.
 
Ook kan de Deskundig Inspecteur door het uitvoeren van een nader onderzoek de vloeistofdichte verbinding van bevestigingspunten met de voorziening vaststellen.

Nader onderzoek
De vloeistofdichte verbinding van bevestigingspunten met de voorziening kan de Deskundig Inspecteur nader onderzoeken door deze gedurende ten minste 15 minuten onder water te zetten waarbij geen vloeistofverlies mag worden vastgesteld. Deze proef dient dusdanig uitgevoerd te worden dat er geen vloeistof, anders dan via de bevestigingspunten, kan wegstromen.