Risico niet verplichte beoordeling bedrijfsriolering

Casus:
Circa 3 jaar geleden is een nieuw bedrijfspand opgeleverd, waarbij tijdens de bouw geconstateerd werd dat de bodem verontreinigd was. Dit heeft geleid tot een sanering, waarbij 3 meter grond is ontgraven en aangevuld met schoon zand. Na oplevering is door een collega inspectiebedrijf de buiten gelegen wasplaats geïnspecteerd en als vloeistofdicht beoordeeld.

Begin 2010 zijn grondwatermonsters genomen, waarbij is geconstateerd dat bij 1 van de peilbuizen een verhoogde concentratie benzeen is aangetroffen. Het betrof een peilbuis nabij de olieafscheider van de wasplaats en een ondergrondse opslagtank voor afgewerkte olie. Ten behoeve van het opsporen van de oorzaak van deze verontreiniging is besloten de bedrijfsriolering af te persen conform de CUR/PBV-Aanbeveling 44.

De bedrijfsriolering van de wasplaats is als volgt opgebouwd: een goot, van het type ACO-drain, een HDPE leiding, 8 meter, rond 160 mm aangesloten op de olieafscheider, een Oleopator van ACO Passavant.
Tijdens de visuele beoordeling van de olieafscheider is het volgende geconstateerd:
• Aan weerszijden zijn de in- en uitlaat verlaagd, waarbij de originele doorvoeren zijn “afgedicht” met metselwerk en een dunne spachtellaag;
• De nieuwe doorvoeren zijn afgedicht met voegvullingsmassa.

Door het verlagen van de in- en uitlaat was het dichtzetten van de leidingen met een afsluiter niet meer mogelijk, omdat nog slechts enkele centimeters ruimte beschikbaar is. In overeenstemming met de CUR/PBV-Aanbeveling 44 is besloten de bedrijfsriolering in zijn geheel te vullen met water (afsluiter in de inspectieput en vullen tot en met bovenzijde goot).

Bij het vullen van de bedrijfsriolering bleek al snel dat er sprake was van lekkage, omdat op locatie toevallig een grondwerker aanwezig was is in samenspraak met de opdrachtgever een gat gegraven naast de olieafscheider tot op de inlaat. Bij het bereiken van de inlaat is waargenomen dat het schone zand een zwarte kleur kreeg. Daarnaast is geconstateerd dat water uit de olieafscheider tussen de put en opbouw lekte.

 
Gat gemaakt tbv “verbeterd” leiding afschot

 
Vervuiling naast olieafscheider t.p.v. inlaat bedrijfsriolering


Doorvoer alleen afgedicht met voegvullingsmassa (geen hechting aan HDPE) 


Lekkage vanuit naad olieafscheider en afdekplaat

Herstelwerkzaamheden en herinspectie:
Aan de hand van het inspectierapport is de opdrachtgever naar een aannemer gegaan voor een spoedig herstel. De aannemer heeft de gehele olieafscheider en de leiding tot aan de wasplaats vrijgegraven.
Tijdens de aanleg van de wasplaats is een maatvoeringsfout gemaakt, waarbij de fundatie van de olieafscheider te hoog is uitgevallen. Met het aansluiten van de bedrijfsriolering is ‘besloten’ nieuwe aansluitingen te maken. Daarnaast is geconstateerd dat de leiding behoorlijk aan het verzakken is ten gevolge van zettingen van de ondergrond, waarschijnlijk zal dit op termijn tot nieuwe problemen gaan leiden.
Na het vrijgraven is vastgesteld dat zowel de in- als de uitlaat van de olieafscheider los in de put zijn geschoven. De afdichtingen met voegvullingsmassa zijn onvoldoende bestand gebleken en hebben geleid tot de lekkage van de drijflaag naar de omgeving. Daarnaast is geconstateerd dat de deksels los op elkaar zijn geplaatst, zonder rekening te houden met de voorschriften van ACO Passavant.

De in- en uitlaat van de olieafscheider zijn gefixeerd en vloeistofdicht afgedicht met knelringen. De deksels zijn gelicht en afgedicht conform voorschriften van ACO Passavant. Na de nieuwe afpersing is vastgesteld dat de gehele bedrijfsriolering vloeistofdicht is, er zijn geen lekkages meer vastgesteld.

Advies:
Ten behoeve van het voorkomen van bodemverontreiniging is het raadzaam het beoordelen van bedrijfsrioleringen op vloeistofdichtheid te verplichten. Als dit het geval geweest zou zijn, was bovenstaande casus niet voorgevallen. Gelukkig is de vervuiling in een vroeg stadium ontdekt, mede dankzij de aanwezigheid van een aantal peilbuizen op het terrein, die peilbuizen zijn aanwezig in verband met de nabij gelegen ondergrondse tank.

De aanname dat nieuw aangelegde bedrijfsrioleringen als dicht worden opgeleverd gaat niet altijd op en als inspectiebedrijf wijzen wij onze opdrachtgevers altijd op de mogelijke risico’s van het niet laten beoordelen van de bedrijfsriolering. Helaas is de keuze voor de ondernemer te vrijblijvend, en komt het vaak voor dat de milieudienst “tevreden gehouden moet worden met een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening”. De kosten voor het beoordelen van een bedrijfsriolering worden vaak te hoog gevonden voor een niet verplichte keuring, waardoor de ondernemer kiest voor een risico op bodemverontreiniging.